Interview t.g.v. 20-jarig bestaan

WereldWiskundeFonds: 20 jaar betrokken

Het WereldWiskundeFonds bestaat 20 jaar. Geen schokkend wereldnieuws, maar wel een mijlpaal. Wiskunde en hulpverlening in de derde wereld. Wat is het belang daarvan en wat voor ontwikkelingen zijn er?
We interviewden twee oudvoorzitters van het WwF: Hans Wisbrun, oprichter en tevens eerste voorzitter en Sjaak Schoen die in september 2013 als voorzitter is gestopt.


Wiskunde een wereldvak? Alle wiskundigen zullen dat direct beamen. Velen van hen met een maatschappelijk engagement willen op een of andere manier wiskunde gebruiken om tot een betere wereld te komen. Zo ook Hans Wisbrun die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werkzaam was in Mozambique om wiskundeleraren op te leiden en Sjaak Schoen die actief was in de Wereldwinkel-beweging, in die tijd meer een actiegroep dan het winkelnetwerk van tegenwoordig. Beiden hebben via het WereldwiskundeFonds (WwF) inhoud gegeven aan hun betrokkenheid met de Derde Wereld.

Contributieverhoging
Hans heeft in 1993 de aanzet gegeven tot de oprichting van het WwF. Hij bezocht in dat jaar de ICME in Quebec, en hem viel op dat er weinig wiskundigen uit de derde wereld aanwezig waren. Hij vroeg zich af hoe wij vanuit Nederland iets zouden kunnen betekenen voor het wiskundeonderwijs in de derde wereld. Het idee rees al snel om een fonds op te richten. Hans brengt de oproep in herinnering in Euclides vlak voor de NVvW-jaarvergadering in 1993: ‘Wij eisen contributieverhoging’, zie Euclides nr 69, 1993/1994.

De opbrengst van de contributieverhoging zou ingezet worden voor steun aan het wiskunde onderwijs in de derde wereld. Het NVvW-bestuur was niet direct enthousiast, maar het onderwerp werd besproken op de jaarvergadering en nagenoeg alle aanwezigen gaven hun steun, waarmee de kiem gelegd was voor de oprichting van het WwF. Hans werd eerste voorzitter van het WwF. Naast de contributie-bijdragen verwierf en verwerft het WwF inkomsten uit de verkoop van oude wiskundeboeken. Het opzetten van een veiling, om dat voor elkaar te krijgen, kostte in de begintijd misschien nog wel meer werk dan het eigenlijk fondswerk van het beoordelen van projectvoorstellen en toekennen van subsidies. Vooral Dick Klingens heeft daar achter de schermen een belangrijke bijdrage aan geleverd. De boekenveiling werd op de jaarvergadering van 2001 officieel en plenair geopend.

Sjaak is tien jaar geleden gevraagd lid te worden van het WwF door Jan Zuidema, toenmalig penningmeester. Sjaak zag daarin een goede gelegenheid om zijn betrokkenheid bij de derde wereld problematiek nieuw leven in te blazen en is sindsdien actief geweest voor het WwF, de laatste jaren als voorzitter. Na 10 jaar lidmaatschap stopt Sjaak er dit najaar mee.

Netwerk
Vanaf het begin werd gesteld dat de gelden direct ten goede moesten komen aan de leerlingen van middelbare scholen in ontwikkelingslanden. Juist hen ontbrak het vaak aan goede boeken of andere materialen. Hans vertelt dat in het begin regelmatig docenten en studenten uit Nederland werkzaam waren in de derde wereld en zo in de gelegenheid waren om zinvolle projecten aan te dragen. Die directe contacten zorgden er voor dat alle gelden direct beschikbaar kwamen voor de doelgroep.
De laatste jaren is dat veranderd. Sjaak constateert dat er nu minder collega’s direct aan het werk zijn in ontwikkelingslanden. Aanvragen voor projecten komen nu van verschillende kanten: uit het netwerk van de bestuursleden van het WwF, van leden van de NVvW die betrokken zijn bij het onderwijs in ontwikkelingslanden, maar soms ook van stichtingen die grotere projecten steunen en het WwF vragen een deelproject te financieren.
Al met al heeft het WwF een fors netwerk opgebouwd en ontstaan er voortdurend nieuwe contacten. Ruimte voor nieuwe projecten is er nog steeds.

Criteria
In de begintijd werd er op ad hoc basis besloten over financiering van activiteiten en projecten. Het ging vooral om ‘tastbare hulp’, concrete materialen, zoals boeken, bordpassers, etc. Hans geeft aan dat gaandeweg de behoefte ontstond om concrete criteria op te stellen. Het geld moest natuurlijk op een zodanige wijze worden besteed dat het binnen de doelstelling viel, waarbij altijd de ondersteuning van het wiskundeonderwijs op middelbaar schoolniveau centraal stond.
Sjaak meldt dat het laatste jaar de criteria zijn verbreed, omdat ook de digitalisering aan derde wereld landen niet voorbij gaat en het van belang is dat wiskundedocenten de ruimte krijgen hun deskundigheid te kunnen bevorderen. Ontwikkelingen van een relevante website, of financiering van deelname van docenten aan een cursus of congres is nu ook mogelijk. De criteria zijn nu vertaald in een concrete checklist, op grond waarvan ieder project beoordeeld wordt of het al dan niet in aanmerking komt voor toekenning van subsidie. Niet onbelangrijk daarbij is het criterium of eenvoudig en duidelijk vastgesteld kan worden of de subsidie daadwerkelijk op een goede wijze is besteed.

Hoe verder?
Na 20 jaar wiskunde-ondersteuning via het WwF moet opnieuw de vraag worden gesteld: heeft dit alles nut. Hans en Sjaak zijn daar stellig over: ‘jazeker!’. Ondanks allerlei technologische ontwikkelingen, tot aan gratis internetcursussen via de mobiele telefoon toe, is er op veel middelbare scholen in de traditionele derde wereld landen een blijvende behoefte aan goede wiskundeboeken en goede wiskundeleraren. Boeken kunnen gelukkig steeds vaker op de lokale markt worden aangeschaft, zodat een bijdrage uit het WwF een keten van bestedingen en activiteiten aanzwengelt die een duidelijk positief effect hebben op de lokale economie. Hans geeft aan dat daarnaast, door de bijdrage vanuit de kring van de collega’s, het besef levend blijft, dat ook in de derde wereld aandacht voor goed wiskundeonderwijs onverminderd belangrijk is. En ondertussen kunnen wij ook weer leren van ontwikkelingen elders in de wereld. Sjaak ziet dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan het in stand houden van het idee van internationale solidariteit. Het gebeurt niet grootschalig maar de reacties uit het veld zijn positief. Noem het een druppel op een gloeiende plaat, maar het zijn dan toch op zijn minst druppels. En voor de grote initiatieven, zijn er andere partijen, zoals OXFAM/NOVIB, die op een andere schaal opereren dan het WwF.

Jaarvergadering
Hans en Sjaak ondersteunen de idee van het bestuur van het WwF om op de jaarvergadering in gesprek te gaan met de Nederlandse wiskundeleraren aangaande de toekomst van het WwF. Vervult het WwF momenteel op een goede wijze haar rol, of zijn daar bijstellingen in nodig? Hoe solidair en ge-engageerd is de wiskundeleraar van vandaag de dag? Wat zijn moderne en efficiënte manieren om daar inhoud aan te geven, die passen bij de veranderingen die we zowel in onderwijs, als in internationale verhoudingen plaatsvinden? Moet je focussen, of juist verbreden? Aanleidingen genoeg voor een goede discussie. Wiskunde blijft een wereldvak.

Evert van de Vrie en Wim Kuipers, bestuursleden WereldwiskundeFonds
september 2013