Veldraadpleging Wiskunde HBO enquete

Naar aanleiding van de conferentie over de aansluiting mbo-hbo van 9 april 2010, georganiseerd door de Werkgroep-hbo van de NVvW, is er behoefte aan enige duidelijkheid omtrent de instroomeisen wat betreft wiskundige voorkennis bij de verschillende domeinen.

U kunt onderstaande vragenlijst invullen, waarna de Werkgroep-hbo met de uitkomsten van deze veldraadpleging verder gaat om te lobbyen en afspraken te maken.
Ook is er een speciaal  HBO-forum om over de veldraadpleging te kunnen communiceren.

Zie ook in het stuk van VNO-NCW en MKB-Nederland van december 2009 waarin op pagina 18 een paragraaf staat over de aansluiting mbo-hbo dat hieronder is uitgelicht.

"De kwalificatiedossiers in het mbo zijn afgestemd op de functie-eisen die het beroepenveld stelt aan afgestudeerden op mbo-niveau. Maar aan de doorstroom mbo-hbo is daarbij maar zeer beperkt aandacht geschonken. Toch is dit van groot belang voor het ontwerpen van kansrijke en goed aansluitende leerwegen mbo-hbo.
Binnen het mbo is op dit moment nog veel onduidelijkheid over het feitelijke niveau van kennis en vaardigheden van een afgestudeerde en het hbo richt zich nog niet al te veel op het mbo en houdt daardoor te weinig rekening met de instroom vanuit dat mbo. Het rendement na 5 jaar van doorstromers mbo-hbo ligt nu op 58,8% (havo 53,9%) maar de uitval van mbo'ers na 1 jaar hbo is groot 22,2 % (tegen havo 15%). Betere afstemming en overleg kan deze uitval wellicht terugdringen en het totale rendement verhogen.
Ook in het kader van de Associate degree is het van belang dat mbo en hbo, in nauwe samenspraak met het georganiseerde bedrijfsleven in die sector, goede afspraken maken over de mogelijkheden tot doorstroom en welke aandacht en kennis er wederzijds benodigd is voor een goede doorstroom.
Dit zou b.v. kunnen door vertegenwoordigers van het hbo deel te laten nemen aan de paritaire commissies (en/of de onderliggende commissies) van de diverse kenniscentra.
Deze vertegenwoordigers moeten dan wel mandaat krijgen van de hogescholen om afspraken te maken die vervolgens dan ook door alle hogescholen worden overgenomen.
Dit soort afspraken zou prima gemaakt kunnen worden in de nieuw op te richten landelijke structurele overleggen."
 

Vragenlijst

Bij de onderstaande opsomming van parate kennis, vaardigheden en competenties geldt zeker dat een deel (wellicht alleen in zijn grondvorm) bekend verondersteld moet worden vanuit de lagere leerjaren in het mbo of reeds op het vmbo-T.
Denk bijvoorbeeld aan de voorrangsregels voor het rekenen en het werken met haakjes, eenvoudige breukvormen en wortels.
Tevens is het denkbaar dat sommige ROC’s aan verschillende onderwerpen en facetten al aandacht besteden.
Niettemin is het goed om alle onderwerpen te noteren die in een HBO-domein van belang zijn, omdat er in dat domein op wordt voortgebouwd.

Onderstaande lijst kan ingevoerd worden door een persoon van een HBO-instelling. Dat kan een docent, verschillende soorten leidinggevenden, assistent of student zijn.

Iemand die werkzaam is in het mbo kan deze vragenlijst samen met zijn of haar contactpersoon in het hbo invullen. U kunt ook uw contactpersoon in het hbo tippen om de lijst in te vullen. Het gaat dan wel om het gezichtspunt vanuit het hbo-domein waar de student vanuit het mbo instroomt, dus de naam en functie van de hbo-persoon moet dan vermeld worden bij het profiel.
 

U kunt meer keren de vragenlijst invullen als u in meer domeinen werkzaam bent of studeert.

U kunt hier zien wie er al de lijst ingevuld heeft.

U kunt ook de vragenlijst downloaden (pdf 5 pagina's). 
Bijvoorbaat dank voor het invullen en u wordt op de hoogte gehouden van de uitslag ervan.

    

  

Maak eerst uw profiel kenbaar (* = verplichte velden) en dan kunt u in het onderstaande formulier de gewenste items aanvinken of u het van belang vindt voor het betreffende domein dat voorkennis van het item aanwezig is bij de instroom in het hbo.

Profiel

Domein*

 

 

Als u "Anders" hebt ingevuld, kunt u hier het betreffende domein invullen:  

 

Hogeschool*     

 

 

Als u "Anders" hebt ingevuld, kunt u hier de betreffende hogeschool invullen:   

 

 

Ingevuld door: 
  (Vult u wél het e-mailadres in
want u wordt t.z.t. op de hoogte gebracht van de uitslag.
Het e-mailadres wordt verder niet op de site zichtbaar.)

 

achternaam*:

 

tussenvoegsel:

  

voornaam*:

  

e-mailadres:*

 

 

Uw functie* 

 

 

 

 

Algebraïsche vaardigheden

In onderstaande voorbeelden worden vaardigheden bedoeld zonder ICT tenzij anders vermeld.

 

 

A. Breukvormen

(Noemers ongelijk 0 en op de plaats van de letters A t/m D kunnen ook eenvoudige expressies staan)

  

B. Wortelvormen
 (in beide richtingen en noemers ongelijk 0 en onder het wortelteken wordt de vorm positief verondersteld en op de plaats van de letters A en B kunnen ook eenvoudige expressies staan)

  

C. Bijzondere producten

 (in beide richtingen)

 
 
 

kwadraat afsplitsen:

 schrijven in de vorm

 

 

haakjes wegwerken en som-product-methode:

 

 

 D. Machten en logaritmen

 (in beide richtingen met in achtname van de restricties van de variabelen)

 
Getal van Euler (e) als grondtal
 
 
   
 
 

 

 E. Goniometrie

(in beide richtingen)

 
sin(-x) = - sin(x)
cos(-x) = cos(x)
sin2(x) + cos2(x) = 1
sin(x) = cos(½ π – x)
sin(2x) = 2 sin(x) cos(x)  
cos(2x) = 2 cos2(x) - 1

 

 F. Herleidingen uitvoeren aan de hand

 van elementen genoemd bij A tot en met E

 
via substitutie van getallen
via substitutie van expressies
via het omwerken van formules

  

G. Vergelijkingen oplossen met behulp van
   algemene vormen

(Voorwaarden zoals: noemers van breuken zijn ongelijk 0; vormen onder worteltekens zijn groter of gelijk aan 0, zijn hier niet expliciet vermeld.
Op de plaats van de letters A t/m D kunnen ook eenvoudige expressies staan.)

 
Op de plaats van de letters A en B en C kunnen ook eenvoudige expressies staan en B ongelijk 0

  

H. Vergelijkingen oplossen met behulp van standaardfuncties en transformaties
(standaardfuncties: lineair, kwadratisch, goniometrisch, macht, logaritmisch en exponentieel waarbij het gaat om de manier en niet om welke standaardfunctie)

 

 

 I. Vergelijkingen oplossen via algoritmen

(met in achtname van de restricties van de variabelen)

 

 

K. Vergelijkingen en ongelijkheden met eenvoudige functies (die u bij D, E en I hebt aangegeven)

 
 grafisch waaronder ICT
 exact indien mogelijk
 grafisch waaronder ICT
 exact indien mogelijk

 

  Algemene vaardigheden

 L. Formule opstellen

 Formules opstellen van standaardfuncties:

eerstegraads/lineaire functie
tweedegraadsfunctie
exponentiële functie
logaritmische functie
goniometrische functie
machtsfunctie

 

formule opstellen door generaliseren via getallenvoorbeelden

formule opstellen door

schakelen van formules

 

M. Expressies herkennen

  

vaststellen of een (deel)expressie behoort tot een van de volgende families

eerstegraads/lineaire functie
tweedegraadsfunctie
exponentiële functie
logaritmische functie
goniometrische functie
machtsfunctie

 

structuur van een expressie vaststellen
rol van een voorkomende parameter bepalen

 

N. Karakteristieken bepalen

  

kwalitatief redeneren over expressies of delen daarvan met betrekking tot karakteristieken als

uiterste waarden  
stijgen of dalen  
symmetrie  
asymptotisch gedrag  

 

 O. Algebraïsche expressies reduceren en representeren

 
complexe delen van een expressie vervangen door 'plaatsvervangers' zodat herkenbare expressies ontstaan   
flexibel kunnen wisselen tussen betekenis toekennen aan symbolen en betekenisloos kunnen manipuleren  
flexibel verschillende representaties van functies (formule, tabel, grafiek) kunnen inzetten en tussen deze representaties kunnen wisselen  

 

Meetkunde

Vlakke meetkunde
in meetkundige, contextrijke toepassingen afstanden tussen een punt en een lijn en hoeken tussen lijnen kunnen bepalen  
de stelling van Pythagoras kennen en kunnen toepassen  
de sinus- en cosinusregel kennen en kunnen toepassen  

 

Differentiaalrekening

Begrip Afgeleide
het begripsmatig en routinematig kunnen omgaan met het begrip afgeleide van een (strandaard)functie als maat voor de verandering van een functiewaarde in een bepaald punt  
Rekenen aan afgeleiden
de som-, product- en quotiëntregel kunnen toepassen op eenvoudige enkelvoudige functies   
de kettingregel kunnen toepassen op eenvoudige samengestelde functies  

Toepassen

binnen een beroepscontext begrippen als toename, snelheid, groei en gradiënt wiskundig kunnen beschrijven en hanteren   
realistische optimaliseringproblemen kunnen opstellen en oplossen  
het vermogen om rekenkundige, algebraïsche en deductieve vaardigheden te kunnen uitvoeren zonder ICT  
het vermogen om rekenkundige, algebraïsche en deductieve vaardigheden te kunnen uitvoeren met ICT  

 

Modelleren

Modelleren
Het kunnen vertalen  van  technische probleemsituaties in wiskundige termen, deze (wiskundige) problemen  kunnen analyseren en kunnen oplossen, en het resultaat naar de betreffende technische context kunnen terugvertalen.  
Het kunnen vertalen van  economische probleemsituaties in wiskundige termen, deze (wiskundige) problemen  kunnen analyseren en kunnen oplossen, en het resultaat naar de betreffende economische context kunnen terugvertalen.  
            

 

Dank u voor het invullen van de vragenlijst t.b.v. de veldraadpleging. 

Terug naar het verslag van de conferentie aansluiting mbo-hbo van 9 april 2010.